zondag

Danielle Serdijn in Het Parool

`Iris heeft haar nieuwe bikini aangetrokken die op pagina 3 van de dikke Wehkamp wordt omschreven als `sexy en zeer vrouwelijk’. Als ze dan toch een vrouw moest worden, kon ze het maar beter gelijk goed doen.’

Het debuut Net als Barbapapa van Marieke Groen wordt bevolkt door meisjes en meisjesvrouwen. Met het ene been staan ze in hun kindertijd, met het andere zetten ze de eerste passen op het pad van de volwassenheid. En alsof volwassen worden alleen nog niet ingewikkeld genoeg is, heeft het gros van de meisjes nog eens rekening te houden met ouders die rare regels stellen, er vreemde rituelen op nahouden of teveel met zichzelf bezig zijn. Neem bijvoorbeeld Iris in het verhaal `Italiaans voor op reis’. Haar ouders nemen haar mee naar de Chinees om te vieren dat ze voor het eerst ongesteld werd. `Ze was twaalf en wilde helemaal geen vrouw zijn. Ze voelde zich ziek en had met lange tanden haar kindermenu opgegeten.’

Wie bedenkt zoiets? Voor wie wordt dit ritueel opgevoerd? Had moeder nu niet even kunnen opletten in plaats van klakkeloos zo’n ongeschreven opvoedkundig wetje na te leven. Even weinig alert is moeder als ze opmerkt dat haar dochter te dik wordt. Voor meisjes van dertien kan zo’n opmerking dodelijk zijn.

Onbedoeld veroorzaakt Iris tijdens de vakantie iets dat op wraak lijkt: ze is opgetogen over een rood slipje dat ze heeft aangeschaft, maar durft het niet te dragen of in haar koffer te bewaren uit angst dat haar moeder het zal vinden. Iris verstopt het gevalletje in het dashbordkastje van de auto. Daar ontdekt moeder het slipje en trekt direct haar conclusies: “Joop…” leidt ma de ruzie in, “heb jij soms een windje gelaten?”
Pa antwoordt niet. Waarop ma ontvlamt: “Misschien dat zíj dat lekker vindt ruiken, maar ik heb daar andere ideeën over.”

Voor echte wraak is deze puber nog te jong. Wraak is eerder het bijproduct van haar kinderlijke onbenulligheid. Maar dat die evengoed effectief is blijkt uit Iris dagboek, waarin ze onaangedaan noteert dat pa en ma, na het slipjes-incident, gaan scheiden.

Al even slecht getroffen met haar ouders heeft Jasmijn het in het titelverhaal `Net als Barbapapa’. Terwijl Jasmijn zich het hoofd breekt over wie met haar mee zou willen naar het schoolbal, herinnert vader haar met enige regelmaat aan Barbapapa, het roze tekenfilmfiguurtje dat van vorm kon veranderen en als het moest de kleinste kieren en gaatjes kon binnendringen. Dat is slim van vader, want alleen al de herinnering aan dit wezen maakt haar kleiner en kwetsbaarder dan ze al is.

Het drama blijft ingetogen. Onuitgesproken bijna, want zo expliciet en uitbundig als Groen de komische puberfratsen weet oer te brengen, zo impliciet is de schrijfster in de weergave van het incestritueel. Wat er moet hebben plaatsgevonden valt op te maken uit de passage waarin Jasmijn een breinaald tussen haar dijen steekt en zich eigenhandig probeert te verlossen van haar vaders vrucht.

Het mooie aan vrijwel alle verhalen uit de bundel is, dat – hoe triest de teneur ook mag zijn, of hoe uitzichtloos de tierenjaren – de meisjes van Groen uitblinken in zelfredzaamheid en in staat zijn om akelige gebeurtenissen om te zetten in louterende ervaringen. Ze hanteren de onvermijdelijke rottigheid die bij het volwassen-worden hoort op een economische manier. Daarnaast heeft Groen een relativerende toon en een goed gevoel voor humor, waardoor haar verhalen een bijzondere lichtheid hebben.

Exemplarisch voor de bundel is ‘Love Rescue Me’ waarin Groen op humoristische wijze de liefde van twee vriendinnen beschrijft voor Bono, de zanger van U2. Bono fungeert aanvankelijk als bindmiddel voor de vriendschap, maar gaandeweg neemt de gezamenlijke adoratie de vorm van een obsessie aan. In de slotscène treffen we een van de meisjes in een abortuskliniek. Met haar benen in de beugels roept ze voor de laatste keer `de god van haar gedachten’ aan: “Bono gore stinklul,” zo begint het, “als we de muziek en de muzikant niet van je met elkaar mogen verwarren, kun jij dan ook eindelijk eens ophouden met over jezelf te zingen?”

Een mooie wending: het is Bono die begon met smeken om aandacht en niet andersom. Zo verlost ook dit meisje zichzelf.

Uitzondering op het karakter van de bundel is het slotverhaal ‘Nislfisk de Noorman’ dat op een cartoon lijkt, of een langgerekte mop. Ook hier is de toon prettig en op het luchtige af, maar wordt er geen louterend inzicht gewonnen. De hoofdrol wordt vertolkt door een colporteur in huishoudelijke apparaten. Gehuld in niet meer dan een zweemleren lapje probeert deze man zijn waren te slijten aan keurige huivrouwen. Een van hen laat de man binnen, waarop hij direct bijspringt bij het sorteren van de was, nuttige adviezen geeft en helpt bij het stabiel houden van een ouderwetse bovenlader die onder normale omstandigheden de hele keuken door bonkt. De huisvrouw raakt over haar toeren van deze Noorse superman. Ze bedrijft de liefde met hem bovenop de wasmachine, maar komt, nadat Nilfisk haar woning als de witte tornado weer heeft verlaten, tot de ontdekking dat ze zich een snijmachine heeft laten aansmeren voor veel te veel geld.

Grappig hoor. Daar niet van. Maar deze vrouw is eerder een stripfiguur uit ontspanningslectuur voor volwassenen: ze mist het geloofwaardige onbenul dat meisjes in de tienerjaren hebben. Zelfs het wat belegen meisje van vijfendertig in ‘Een eigen huis’ dat zich bijna laat verkrachten door twee Marokkaanse vrienden is wat dommige goedgelovigheid betreft overtuigender. Maar als we het slotverhaal als een toegift beschouwen, dan is Net als Barbapapa een goed geschreven bundel, compact, guitig en met een serieuze ondertoon.

Zo lezen we ze graag.